Als gunst aan zijn familie behaalde Nicola op zijn 23e een diploma farmacie. Hij werkte in de apotheek van zijn mama Thea, tot zijn vader in 1981 overleed. Toen stuurde zijn moeder hem, achteraf een meesterzet zo blijkt, naar hun kleine wijnhuis dat destijds minder dan drie hectare besloeg. Nicola, destijds 25, heeft zichzelf het wijnmaken aangeleerd, want zonder enige oenologie- of landbouwstudies was het plots hij die na het overlijden van zijn vader de scepter zwaaide.
Hij besloot om Frans te gaan studeren en ging zich inlezen over verschillende wijntechnieken. Al snel hoorde hij dat hij een van de beste Tocai (Friulano) van Collio had volgens vele restaurants. Zijn redenering was simpel: Tocai was destijds een druif met zeer weinig zuren, maar hij paste een techniek toe die ze toen al in champagne gebruikten: heel zachtjes persen van rijpe druiven. Want plukte je de druiven te vroeg, dan had je wel de zuren, maar geen smaak. Perste je juist te veel, dan werd de wijn te zwaar en vlak. Uiteindelijk resulteerde deze techniek in 1982 in zijn eerste Ronco della Chiesa, een voorbode voor vele legendarische wijnen van zijn hand: steeds krachtig, maar ook delicaat.
Finesse en balans: dat is hetgeen waar Nicola zo ontzettend bekend mee is geworden. Hoge scores in elk belangrijk wijnmagazine dat je je kan bedenken, naast ontzettend veel erkenning. Hier kun je echt wel stellen dat de volledige line-up behoort tot de beste witte wijnen die Italië te bieden heeft. Het was een beetje als het Ajax in 1995, waar je ook de ene na de andere topspeler had. En zoals mijn collega-en-mentor Gianluca zou zeggen: “Een Italofiel die deze wijn in zijn/haar wijnkelder mist, is op geen enkele manier verdedigbaar!” Ik kan mij hier enkel maar bij aansluiten.
